Hurritische religie

Hurritische religie . De Hurritische religie, een fenomeen in het Nabije Oosten dat voornamelijk dateert uit het tweede millennium v.Chr., is meer bekend uit hedendaagse en latere Hettitische documenten dan uit inheemse Hurritische bronnen. De Hurrians waren een Armenoïde volk dat rond 2300 v. Chr. naar Noord-Syrië en Noordwest-Mesopotamië verhuisde. De steden Nuzi, in het oosten van Tigris, en Alalah, in het noorden van Syrië, waren belangrijke centra van de Hurritische cultuur rond ongeveer 1500 v.Chr. Wassukkanni was de hoofdstad van de regering.

de term Hurritisch is een etnische benaming, en Subartu (ongeveer gelijk aan de Hurritische Aranzah ) is de Sumero-Akkadische naam van het door Hurrieten gedomineerde gebied ten noorden en noordoosten van de Tigris. Mitanni was een Hurritisch Koninkrijk van het midden van het tweede millennium in het noorden van Syrië en Irak met een Indo-Arische aristocratie, en Urartu (vanwaar Ararat) was een opvolger koninkrijk dat bloeide in het zuiden van Armenië ongeveer 800 v.Chr. De Hurritische taal, geschreven in Sumero-Akkadisch spijkerschrift (en, later, in Ugaritisch Alfabetisch spijkerschrift), is noch Semitisch noch Indo-Europees Van oorsprong.Sommige vooraanstaande Europese geleerden zouden ontkennen dat de Horieten uit het Oude Testament Hurrieten zijn (in Gn. 14 de Horieten zijn vijanden van Abraham; in Dt. 2 Zij worden van de Edomieten verdreven; in 1 Chr. 1 Zij zijn de voorouders van Esau), maar de meeste Amerikaanse auteurs zijn voorstander van de identificatie. (Vergelijkbare pogingen om de Hivieten uit het Oude Testament te identificeren met de Hurrieten zijn minder overtuigend. Hoewel de Amerikaanse geleerden de aanwezigheid van bijbelse anachronismen toegeven, citeren ze het uitgebreide bewijs dat de Hurrians naar de kustgebieden waren verhuisd en waarschijnlijk naar Palestina ten minste tegen het Amarna-Tijdperk (halverwege het eerste millennium v.Chr.). In het laatste kwart van het tweede millennium v.Chr. was er bijvoorbeeld een grote en Bloeiende Hurritische bevolking verder naar het noorden bij Ugarit, aan de Syrische kust. Ook opmerkelijk zijn de opmerkelijke parallellen van juridische en sociale gebruiken tussen Nuzi documenten van de vijftiende eeuw v.Chr. en de Genesis patriarchale verhalen.

Hurritische religieuze Assimilaties

vanwege de beperkte natuurlijke Hurritische bronnen is het moeilijk om specifieke Hurritische religieuze en cultische elementen te onderscheiden van die van hun buren. De Hurrieten leenden zwaar van de Mesopotamische religie, hetzij door Assiro-Babylonische godheden te assimileren in hun eigen pantheon, hetzij door deze godheden te identificeren met inheemse Hurritische goden. Op zijn beurt werden sommige Hurritische goden en religieuze praktijken overgenomen door de Hettieten. De Hettieten absorbeerden ook in hun religie pre-Hettitische elementen en elementen van andere Anatolische volkeren zoals de Luwiërs. Aangezien het voornamelijk uit Hettitische mythische en religieuze teksten komt dat geleerden toegang hebben tot de Hurrieten, is de situatie inderdaad ingewikkeld; veel auteurs hebben hun toevlucht genomen tot het verwijzen naar een “Anatolische religie” en hebben geen substantiële inspanning geleverd om de strengen ervan te scheiden. De belangrijkste Hettitische bronnen voor de Hurritische religie zijn de archieven van Boğazköy( Hattushash), de oude Hettitische hoofdstad, en de steenhouwwerken van de heiligdommen in Yazilikaya, ongeveer drie kilometer ten oosten van Boğazköy.

de Hurritische cultuur is even opmerkelijk als een vehikel voor de uitwisseling van religieuze concepten en praktijken, vooral van oost naar west, en als een bron van originele bijdragen. De stroom van dergelijke ideeën over bijna drie millennia was over het algemeen van de Mesopotamiërs naar de Hurrieten, van de laatste naar de Hettieten en Noordwest-Semieten (Amorieten, Kanaanieten en Feniciërs), en vandaar uiteindelijk naar Griekenland en Rome. Recent onderzoek suggereert dat de Hurrians een veel grotere rol speelden in dit proces dan eerder was ontdekt. Vanwege het Indische element onder hun aristocratie, is het ook waarschijnlijk dat de Hurrieten leveranciers waren van sommige Indo-Arische religieuze motieven in het westen.Aan het hoofd van het oorspronkelijke Hurritische pantheon stond de weergod Teshub, de “koning van de hemel”, de latere Urartese Teisheba. Een van zijn oude centra van aanbidding was de nog onbekende stad Kumme (Kummiya). Zijn Genealogie varieert enigszins, afhankelijk van de manier waarop het relevante Babylonische materiaal werd geassimileerd. In Hettitische teksten die stammen uit de Hurritische mythencyclus van Kumarbi (de vader van de goden), en in sommige andere teksten wordt verteld dat Alalu (chtonische goddelijkheid, met Mesopotamische oorsprong) de eerste koning in de hemel was en werd onttroond door Anu (hemelse god, ook met een Mesopotamische naam). Kumarbi, Alalu ‘ s zoon, onttroonde Anu en slikte zijn geslachtsdelen in, om te voorkomen dat hij nakomelingen zou krijgen. Maar Kumarbi werd zwanger en beviel van Teshub, onder andere goden.Vroege Anatolische iconografie gebruikt het symbool van een stier of van bliksemschichten in verband met Teshub en andere weergoden. Teshub, net als andere goden van deze soort, hebben storm, wind, regen en bliksem als wapens. Hij zorgt voor regen, en is daarom ook beschermer van vegetatie en landbouw.Teshub ‘ s gemalin was Hebat, of Hepat, een oude Syrische godin die bekend was in Ebla en werd geassimileerd door Hurrieten en veranderde in de koningin van de hemel. Hoewel ze niet prominent aanwezig is in de bestaande mythologische teksten, was de aanbidding van haar zeer wijdverbreid en werd ze in latere tijden gesyncretiseerd met andere godinnen uit het Nabije Oosten. In de Hettitische iconografie wordt ze geïdentificeerd met de zonnegodin van Arinna, wiens naam niet bekend is. Hebat heeft een vrij matrone verschijning in Anatolische Kunst, en ze wordt vaak afgebeeld staande op de rug van een leeuw.De Zoon van Teshub en Hebat was Sharruma, die de Hettieten associeerden met de weergoden van Nerik en Zippalanda. Sharruma was oorspronkelijk een Anatolische berggod van het Anatolische en Syrische grensgebied. Op Yazilikaya de god die wordt vertegenwoordigd door een paar menselijke benen onmiddellijk achter Hebat is ongetwijfeld Sharruma. De iconografie van Yazilikaya weerspiegelt de religieuze hervormingen van Hattushili III, die probeert de goddelijke triade te assimileren in de keizerlijke familie. Teshub wordt geïdentificeerd met de koning, de zonnegodin met de koningin, en Sharruma met de erfgenaam.

Shaoesjka, die in de Hettitische mythen over Kumarbi de zus van Teshub wordt genoemd, is prominent aanwezig in de bestaande teksten en in kunstwerken, waar ze vaak wordt afgebeeld als een gevleugelde godin die staat (zoals Hebat) op de rug van een leeuw. Shaushka ‘ s natuur is zeer ongrijpbaar. De Hettieten identificeerden haar met de Mesopotamische Inanna-Ishtar, zelf een godin van buitengewoon complexe oorsprong en kenmerken. In de Hurritische wereld is ze de godin van oorlog en seks. Shaushka zou twee hofdames hebben gehad, Ninatta en Kulitta, ook bekend als muzikanten.

Kumarbi, al genoemd in een Hurritische tablet uit Mari, rond 1700 v. Chr., had weinig belang in de aanbidding, maar was een belangrijke figuur in de mythen. Hij had de macht in de oerjaren en werd onttroond door Teshub, maar probeert de troon opnieuw en opnieuw te herstellen. De god wordt geïdentificeerd met de Mesopotamische God van graan, Dagan, met de Sumero-Akkadische Enlil, en met de Ugaritische El.

andere Hurritische goden zijn Sheri (“dag”) en Hurri (“nacht”), die de wagen van Teshub trekken en worden afgeschilderd als stieren (de naam Hurri wordt vervangen door Tilla in de oosterse traditie); de maangod Kushuh (dezelfde als de proto-Hattische Kashku), die de beschermer van Eden is, en zijn gemalin Nikkal, overeenkomend met de Sumerische Ningal; een zonnegod, Shimigi (de Urartese Shiwini), die verbonden is met voortekenen omdat hij alles op aarde ziet; Shuwaliyatti en zijn gemalin Nabarbi; Teshub ‘ s vizier Tasmisu; en Ashtabi, de god van de oorlog. Het latere Urartese pantheon omvatte Tesheba, Shiwini en de nationale god Haldi. Een inscriptie gevonden op Sargon II noemt de godin Bagbarti als Haldi ‘ s gemalin.

de Hettitische mythen vermelden vaak een groep onderwereld goden, genaamd “oude goden”, wiens namen komen in rijmende paren zoals Nara-Napsara, Minki-Ammunki, Muntara-Mutmuntara. Ze waren de vroegere generaties van goden, maar ze werden de onderwereld in gedreven door Teshub. De ” oude goden “zijn een soort van tegenovergestelde van de bovenste goden, omdat ze” onzuiver ” zijn en de wanorde vertegenwoordigen.In het Verdrag tussen de Hettitische koning Shuppiluliuma en Mittanian Shattiwaza worden Indo-Arische goden zoals Indra, Mitra, Varuaa en de Nasatya als borg vermeld. Dit feit wijst erop dat de Indo-Arische aristocratie zijn voorouderlijke goden als beschermers van de koningen van Mittani had.Naast persoonlijke goden hadden Hurrians onpersoonlijke godheden zoals aarde en hemel of bergen en rivieren, waarbij de bergen werden beschouwd als metgezellen van de stormgod of als onafhankelijke godheden.Myth Cycles

Hurritische mythische verhalen zijn vrijwel uitsluitend bekend door hun Hettitische versies waarin het materiaal aanzienlijk vermengd is met andere Anatolische elementen. Er zijn slechts schaarse fragmenten over uit de Hurritische versie van sommige mythen, hoewel het bijna onmogelijk is om er informatie over te krijgen. De belangrijkste mythe cyclus is die van de god Kumarbi. Deze mythe vertelt hoe Kumarbi werd onttroond door Teshub en hoe de onttroonde godheid herhaaldelijk probeert om zijn macht te herstellen, het verwekken van de ene zoon na de andere. De belangrijkste teksten, allemaal in Hettitisch, zijn een mythe waarvan de titel waarschijnlijk het lied van Kumarby (conventioneel genoemd koningschap in de hemel) was, een verhaal over de strijd voor goddelijk koningschap opvallend vergelijkbaar met Hesiod ‘ s Theogonie, het lied van Hedammu, en het lied van Ullikummi, het best bewaarde gedicht, hoewel het ook niet compleet is.Het meest opmerkelijke feit is dat de gedichten van kumarbi cyclus, in tegenstelling tot andere oude mythen, geen deel uitmaken van rituelen of sekten. Het zijn pure literatuur, didactische gedichten die mensen informeren over de geschiedenis van de wereld en uitleggen welke rol mensen hebben in de wereldorde, vooral in hun relaties met de goden.In koningschap in de hemel is alalu (een chtonische god) negen jaar koning van de hemel en Anu (de Sumerische hemelgod), “eerste onder de goden”, aanbidt aan zijn voeten. Anu, echter, vecht met Alalu en verslaat hem, regeer op zijn beurt voor negen jaar, met Kumarbi, Alalu ‘ s zoon, nu aanbidden hem. Anu en Kumarbi gaan in gevecht en Anu vlucht naar de hemel. Kumarbi grijpt hem, sleept hem naar beneden, en bijt zijn genitaliën af, lachend met vreugde. Anu waarschuwt: “lach niet, want je hebt een zware last: Ik heb je bevrucht met de storm god , de rivier Aranzah , en Tasmisu.”Kumarbi spuugt en bevrijdt een deel van zijn last. Later, een god genaamd KA.ZAL kwam uit Kumarbi ‘ s schedel en Teshub uit de “goede plaats.”Aan de andere kant, Tasmisu is geboren uit de berg Kanzura, bevrucht door Anu’ s zaad, die Kumarbi had gespuugd. Dan probeert Kumarbi zijn zonen in te slikken, maar de god Ea geeft hem een steen gewikkeld in luiers. Wat volgt is niet duidelijk, maar blijkbaar vangt Teshub het koningschap van Kumarbi.

er zijn opvallende overeenkomsten tussen mythen verteld in het lied van Kumarbi en sommige verhalen uit andere culturen. In de Babylonische Enuma elish, Apsu en Tiamat zijn het oerpaar. Apsu is beroofd van zijn tiara (een eufemisme, omdat de tiara symbool staat voor mannelijke kracht die samengaat met royalty ‘ s). Andere generaties van goden volgen het oerpaar: Anu, Ea en Marduk, die, net als Teshub, eindelijk de macht onder de goden grijpt. Aan de andere kant noemt Hesiodus slechts drie generaties goden: Ouranos (hemel), Kronos en Zeus, hoewel Ge (aarde), die Ouranos genereert en op een gegeven moment gedegradeerd wordt, heel goed overeenkomt met Hurritische Alalu. Het is haar zoon Kronos die, net als Kumarbi, wraak zal nemen op de hemelse goddelijkheid die haar verbannen heeft wanneer hij Ouranos castreert met een sikkel. Op het einde verslaat Zeus Kronos en grijpt de macht. In de Orphic Theogony commentaar in de Derveni Papyrus, nacht begint de reeks van generaties, gevolgd door Ouranos, Kronos, en Zeus; Kronos castrates Ouranos, maar Zeus slikt Ouranos ‘ fallus en hij wordt zwanger, waardoor hij geboorte geeft aan alle goden. Echter, in de Fenicische geschiedenis door Sankuniaton, bewaard in de Griekse versie van Philo Byblius, zijn de goddelijke koningen Elioun (genoemd in het Griekse Hypsistos, “de hoogste”) – een god die alleen genoemd wordt met zijn Griekse naam, Epigeios, overeenkomend met het Griekse Ouranos( die ook gecastreerd is); El—In het Griekse Kronos; en Zeus Demarus-overeenkomend met Fenicische Baal Hadad.

maar er zijn ook significante verschillen tussen de geciteerde versies. De meest opmerkelijke is dat in de Babylonische en Griekse mythen iedere god de zoon van de vorige is, terwijl in de Hettitische tekst Kumarbi, de god die op de derde plaats regeert, “alalu’ s nageslacht” is, of de zoon van de eerste koning. Aan de andere kant lijkt Anu, de tweede god in de hemel, geen relatie te hebben met Alalu, ondanks wat in sommige studies wordt gelezen, zoals die Van Kirk of Wilhelm, die geloven dat er één (genealogische) lijn van goden in de Hettitische mythe is. In het Hettitische verhaal, dan, volgens de tekst, is er een conflict tussen twee lijnen van goden die strijden om de Heerschappij: een van een onderwereld god, Alalu, wiens afstammeling is Kumarbi, en de andere van een hemelse god, Anu. Het conflict is opgelost omdat Teshub het resultaat is van Anu ‘ s zaad, maar Kumarbi, met zijn zwangerschap, speelt de rol van de moeder van de god.In het lied van Hedammu probeert Kumarbi de troon terug te winnen en paart hij met Sertapsuruhi, de dochter van de grote zee, die een slang ter wereld brengt wiens vraatzuchtige eetlust hem ertoe brengt om allerlei soorten dieren en groenten te verslinden. Als gevolg hiervan sterven mensen van de honger. Omdat mensen geen offers aan de goden kunnen brengen, hebben de goden ook honger. In een vergadering van de goden verwijt Ea Kumarbi dat hij de goden heeft geschaad. Hij vreest dat goden zelf moeten werken. Dan verleidt Ishtar Hedammu met de aanblik van haar naakte lichaam. Het einde is niet bewaard gebleven, maar waarschijnlijk is het monster verslagen en de wereldorde hersteld.In het lied van Ullikummi beraamt Kumarbi een complot tegen zijn zoon Teshub. Kumarbi paart met een steen en ze draagt hem een andere zoon, Ullikummi, gemaakt van dioriet. De naam Ullikummi bevat de naam van Kumme, de stad gewijd aan Teshub, en betekent waarschijnlijk “vernietiger van Kummi(ya).”Verschillende hulpgoden plaatsen Ullikummi op de schouders van Ubelluri, een Atlasfiguur die op zijn schouders de aarde en de hemel draagt, en de jonge Ullikummi groeit snel. De zonnegod merkt de machtige figuur van Ullikummi op die uit de zee oprijst en waarschuwt Teshub, die bitter huilt. Teshub doet een beroep op de god Ea, die uiteindelijk het mes in de hand neemt dat oorspronkelijk de aarde van de hemel had afgehakt en Ullikummi aan de enkels afsnijdt. Vermoedelijk (hier breekt het verhaal af), zijn Kumarbi en zijn machteloze monster-zoon verslagen en is Teshub ‘ s Heerschappij verzekerd.Er zijn opvallende overeenkomsten tussen hedamu en Ullikummi ’s mythen en andere Hesiodische thema’ s. In de Theogonie dagen de Titanen en Typhoeus de macht van Zeus uit en worden ze verslagen. Maar er zijn weer verschillen tussen Hurrieten en Grieken in hun visie op godheden. In Hesiod, Zeus blijft als onbetwiste heer van goden en mensen. Dit heeft niets te maken met de instabiliteit van de kracht van Teshub. Zijn zeurende beeld als hij Ullikummi ziet en de beschrijving van zijn nederlaag en vernedering contrasteren met het Hesiodische beeld van Zeus als een sterke god met een totale controle over de situatie.

schaarse fragmenten van andere gedichten uit Kumarbi ‘ s cyclus zijn bewaard gebleven. In een van deze gedichten wordt een god genaamd KAL koning van de hemel. Tijdens zijn bewind genieten mensen overmatig welzijn, maar ze verwaarlozen aanbidding. Daarom beveelt Ea de verminking van de koning. Dit thema heeft overeenkomsten met de mythe van de Prometheus. Volgens de Hurritische conceptie vereist de juiste relatie tussen goden en mensen dat de laatste niet overdreven worden geperst (zoals in Hedammu ) noch excessief welzijn genieten (zoals in het gedicht van KAL). Een evenwicht tussen beide uitersten is het ideaal.Een ander gedicht uit de cyclus gaat over zilver, een personage waarvan de Hurritische naam Ushu wordt genoemd in een zeer fragmentarische Hurritische tekst: “Hail, Silver, the lord that has become king!”Hoewel het erg moeilijk is om de plot van het gedicht te reconstrueren uit zijn schaarse overblijfselen, is zilver een van Kumarbi’ s zonen, die Teshub omverwerpt en later wordt verslagen door de stormgod.

de mythe van Kessi, waarvan slechts enkele fragmenten bewaard zijn gebleven, is het verhaal van een stoere jager, en het lied van de Release is een gedicht dat bestaat uit verschillende gelijkenissen en niet-ethologische verhalen. De gelijkenissen gaan over bergen, dieren, bekers of andere voorwerpen die zich slecht gedragen en straf krijgen, en later worden ze vergeleken met de handelingen van mensen. Veel auteurs die over Hurritische mythen met religieuze motieven hebben geschreven, zijn onder meer het volksverhaal van Appu van Lulluwa en zijn vrouw, welvarende mensen die volledig gekleed naar bed gaan en zich afvragen waarom ze niet zwanger kunnen worden. De goden zetten ze recht en ze baren twee zonen, goed en kwaad. Later vechten beide zonen voor de erfenis. De plot heeft overeenkomsten met het verhaal van Hesiodus en zijn broer Perses in Works and Days. Anderen geloven echter dat dit verhaal geen Hurritische oorsprong heeft.

Hurritische aanbidding

er is weinig bekend over de feitelijke cultische praktijken en aanbidding van de Hurrieten. Uit syncretische Hettitische teksten, meestal uit Boğazköy, is er bewijs voor sympathieke magie, vogeloffers (ook bevestigd in teksten uit Ugarit), en verschillende vormen van waarzeggerij. De interpretatie als Voortekenen van abnormale natuurverschijnselen, zoals eclipsen of strepen van bliksem, was ook een gangbare praktijk onder de Hurrieten. Vaak namen zij hun toevlucht tot de interpretatie van de vlucht van vogels of tot de analyse van de ingewanden van vogels om dergelijke verschijnselen te verklaren. De vertaling in het Hurritisch van Babylonische verzamelingen voortekenen toont Hurritische interesse in deze praktijken. De Hettieten vertaalden op hun beurt hun teksten over dit onderwerp.

de cultus omvatte aanbiedingen van voedsel en drank. Daarnaast werden de beelden van de goden gezalfd met geurende olie. Instrumentale of koor muzikale begeleiding waren ook frequent. Riten kunnen worden uitgevoerd in tempels, Heilige bosjes, of heiligdommen in de rotsachtige kliffen.Net als bij het Hurritische pantheon was er duidelijk veel Babylonische invloed op de Hurritische cultus, en op zijn beurt werd de Hurritische cultus blijkbaar gedeeltelijk geassimileerd met die van de Hettieten.

Zie Ook

Hettitische Religie; Teshub.

Bibliografie

Primaire Werken

García Trabazo, José Virgilio. Textos religiosos hititas. Madrid, 2002. Bevat de teksten van koningschap in de hemel en het lied van de Ullkummi, met Spaanse vertaling en noten.

Güterbock, Hans G. Het Lied van Ullikummi. New Haven, Conn., 1952.Hoffner, Harry A., Jr.Hittite Myths. Uitgegeven door Gary M. Beckmann. 2d ed. Atlanta, 1998. Engelse vertalingen van Hettitische mythen met inleiding en aantekeningen.

Laroche, Emmanuel. Tekst mythologiques hittites en transcriptie. Parijs, 1969. Bevat Hettitische tekst van Kingship in Heaven en Hedammu, evenals fragmenten over Kal en zilver.

Neu, Erich. Das Hurritische Epos der Freilassung. Weisbaden, 1996. Duitse vertaling van Song of Release, met commentaar.

Salvino, Mirjo. “Sui Testi Mitologici in Lingua Hurrica.”Studi Micenei ed Egeo Anatolici 18 (1977): 73-79. Een editie van de schaarse fragmenten die overblijven uit de Hurritische versie van sommige Hettitische mythen.

Siegelová, Jana. Appu-Märchen und Hedammu-Mythos. Wiesbaden, 1971. Hettitische tekst, met vertaling in het Duits, en commentaren.

Secundaire Bronnen

Bernabé, Alberto. Textos Literarios Hetitas. 2d ed. Madrid, 1987.

Bernabé, Alberto. “Hettieten en Grieken. Mythische invloeden en methodologische overwegingen.”In Het Archaische Griechenland: Interne Entwicklungen-Externe Impulse, uitgegeven door Robert Rollinger en Christoph Ulf, PP. 287-306. Berlijn, 2003. Vergelijkt kumarby cyclus en Hesiod ‘ s Theogonie.Güterbock, Hans G. ” Hettite Mythology.”In Mythologies of the Ancient World, edited by Samuel Noah Kramer, PP.141-179. New York, 1961.

Haas, Volkert. Geschichte der hethitischen Religion. Leiden en New York, 1994. Exhaustieve handleiding van Hettitische (en Hurritische) religie.

Imparati, Fiorella. Ik Hurriti. Florence, 1964. Bevat een hoofdstuk over religie, PP. 99-127.

Lebrun, René. “From Hittite Mythology: The Kumarbi Cycle.”In Civilizations of the Ancient Near East, edited by Jack M. Sasson. Vol. 3, blz. 1971-1980. New York, 1995.

Littleton, Covington Scott. “Het’ koningschap in de hemel ‘ thema.”In Myth and Law among the Indo-Europeans, edited by Jaan Puhvel, PP. 83-121. Berkeley, 1970.

Mondi, Robert. “Greek Mythic Thought in the Light of the Near East.”In Approaches to Greek Myth, edited by Lowell Edmunds, PP. 142-198. Baltimore en Londen, 1990.Pecchioli Daddi, Franca en Anna Maria Polvani. La mitologia ittita. Brescia, 1990.

Popko, Maciej. Religies van Klein-Azië. Vertaald door Iwona Zych. Warschau, 1995. Beknopte en goed gestructureerde inleiding.

Puhvel, Jaan. “Creation Myth in the Ancient Near East.”In his Comparative Mythology, PP. 21-32. Baltimore en Londen, 1987.

Walcot, P. Hesiod en het Nabije Oosten. Cardiff, 1966.